De ultieme ZZV-tips voor jouw zomer zonder vliegen!

Ladies and gentlemen, this is your entire crew speaking…! De ZZV-crew zet voor jou enkele van haar persoonlijke favoriete vliegtuigloze bestemmingen op een rijtje, reizen of plekken waar we bijzonder goede herinneringen aan overhouden en zeker nog eens terugkeren! Zelf nog tips? Laat ze ons weten via mail, facebook, deel je foto op onze wedstrijdpagina en inspireer andere reizigers! Een zomer zonder vliegen, de zomer van je leven… zelfs in de winter ;-)!

  •  Esther: Oostenrijk

Tien dagen (!) deden we erover, met de auto van Salzburg naar Wenen. Via de snelweg nauwelijks drie uur rijden, maar langs kleine, kronkelige wegen is het een absolute aanrader voor slow travelers. Dorpje na dorpje val je van de ene verbazing in de andere: van het microklimaat in de Wachauvallei  waar abrikozen worden geteeld alsof je in Zuid-Spanje bent – tot het grote aantal fietstoeristen die de Donau door verschillende landen volgen, en met als kers op de taart Wenen. De Oostenrijkse hoofdstad krijgt best veel toeristen te verwerken, maar eens je de kleine hoekjes en kantjes van de stad leert kennen, kan je je goed voorstellen waarom Wenen al voor het negende jaar op rij is uitgeroepen tot “beste stad ter wereld om te leven”!

  • Nelson: Parque National de Aigüstores, Spanje

Het Parque National de Aigüstores in de Spaanse Pyreneeën ten westen van Andorra is een wandelparadijs met toppen tot meer dan 3000 meter. De GR11 – de wandelroute dwars door de Pyreneeën van de Atlantische Oceaan tot de Middellandse Zee – loopt ook pal door het Park. Je geraakt makkelijk in de Pyreneeën met de trein, bv. via Toulouse of Perpignan. Of als je een fietser en/of Tour de France-liefhebber bent, via de Port de la Bonaigua! Op de terugweg kan je ook Games of Thrones-stad Girona (ten noorden van Barcelona) meepikken – ik was trouwens op Erasmus in die stad!

  • Toby: Frankrijk in alle hoeken en kanten

Als kind wandelden we met het gezin de hele GR5 (bewegwijzerde wandeling van Bergen-op-Zoom naar Nice). Dat was een tienjarenproject – van mijn vijfde tot mijn vijftiende – en zeven zomers lang wandelden we door Frankrijk. Ieder jaar ontdekte ik een ander stukje van het land. Mama, is dat nu een Vogees?, vroeg ik, en ik wist met mijn verwondering geen blijf. De verwondering is nooit meer weggegaan, ik ging nog vaak naar de Vogezen terug en ieder jaar herontdek ik Frankrijk. Geen land in Europa kent voor mij zo een grote verscheidenheid als onze zuiderbuur. Er één favoriete plek uitpikken is onmogelijk, maar als het echt moet, kies ik voor de Causses in het Centraal Massief, waar snelstromende rivieren honderden meter diepe kloven hebben uitgesneden in de kalkplateaus. Tot in de 20ste eeuw was dit een totaal onherbergzame streek en ook nu nog is er boven op de hoogvlaktes nauwelijks leven te bespeuren. 

  • Peter Paul: Schotland

Mijn meest onvergetelijke vliegtuigloze reis deed ik… in de winter!  Samen met Jones reisde ik met de boot en de bus voor minder dan 100 euro naar Schotland. We deden een vijfdaagse trektocht in het westen van het land, van het Glenfinnanviaduct naar het plaatsje Inverie, dat vermeld wordt in het Guinness Book als meest afgelegen dorp in Groot-Brittanië! In putje winter sliepen we ofwel in de tent ofwel in bothies – eenvoudige berghutten. Onderweg kwamen we meer herten en Schotse hooglanderkoeien tegen dan mensen. Soms liepen we tot onze heupen door de sneeuw, wat zwaar kon zijn, maar de vergezichten maakte het absoluut de moeite waard. Jones overleed enkele maanden later, wat de herinnering aan deze reis nog meer bijzonder maakt.

 

Leave a Reply