Een leven onderweg

‘Wat ga je daar doen?’ Het is een vraag die mij vaak gesteld wordt, wanneer ik vertel dat ik weer eens een eindje ga fietsen.  ‘Niets‘, antwoord ik dan met een triomfantelijk glimlachje. Soms reageert mijn gesprekspartner licht geamuseerd, soms verbaasd, een enkele keer hoort hij het in Keulen donderen. ‘Hoezo, niets? Waarom ga je dan naar daar?’ ‘Nou ja, ik ga gewoon naar daar‘.  Dát is het korte antwoord.

‘Ik ga naar daar omdat ik graag fiets. De weg is mijn cocon, mijn veilige haven, mijn comfortzone. Ik ben altijd onderweg, het verlangen onderweg te zijn is meer dan een passie, het is een bestaansreden, één van mijn grootste drijfveren. Hoe de weg eruit ziet na de volgende bocht, achter de volgende heuvel, voorbij de horizon: telkens opnieuw wordt mijn nieuwsgierigheid geprikkeld, het stopt nooit. De weg is de bestemming, de bestemming slechts een alibi om de weg die er naartoe leidt te ontdekken. Het maakt me niet uit of de bestemming enkele tientallen of enkele duizenden kilometers ver van hier is, elke bestemming is me evenveel waard. De bestemming bereiken krijgt toch enkel maar betekenis door alles wat eraan vooraf gaat, de bestemming is niet meer dan een friendly reminder dat het tijd is om terug naar huis te gaan.’

Dát is het lange antwoord. Eens onderweg, vergeet ik de vraag snel maar het antwoord herontdek ik telkens opnieuw. Ik moet gaan!